Onze vloot
Stap aan boord van een oude botter en laat je verbeelding de vrije loop in het betoverende landschap van de Zuiderzee
Over onze botters
In de tijd dat de Zuiderzee nog een centrale rol speelde in ons land, zowel letterlijk als figuurlijk, waren de wateren bezaaid met meer dan duizend zeilende vissersschepen. De meeste hiervan waren botters, die ongeveer 13 bij 4 meter maten en tot zo’n honderd vierkante meter zeil konden dragen. Deze schepen, ontworpen voor hun specifieke omgeving en doeleinden, beschikten over uitstekende zeileigenschappen en bepaalden het karakter van de beroemde binnenzee. De afsluiting en de voortdurende drooglegging van de Zuiderzee (later het IJsselmeer) leidden echter tot een afname van de visserij en de vissersvloot. Ook de kwaliteit van de schepen ging achteruit; het was vaak niet meer rendabel om vernieuwingen of grote reparaties uit te voeren. Het onderhoud werd tot een minimum beperkt, en vele schepen kregen een “blikken doodshemd” om zo hun resterende tijd door te brengen. Al snel na de oorlog leek het erop dat de zeilende vissersschepen voor altijd tot het verleden zouden behoren.


Hoewel de visserij in Kampen nooit van groot belang was, vormden de vissers een belangrijke en markante groep binnen de samenleving. Hun schepen, die met bolle zeilen bruisend de IJssel opzeilden of keurig afgetuigd in de Brunneper havens lagen, waren zeer dierbaar voor hun stadsgenoten. Het heeft veel Kampenaren verdriet gedaan dat de Kamper botters naar het Gat van Seveningen werden verdrongen en vervolgens volledig uit het zicht verdwenen. Het is dan ook logisch dat er in 1994 een stichting werd opgericht met als doel de botters terug te brengen naar Kampen; ook in onze stad mocht zo’n karakteristiek varend monument niet ontbreken.
Onze botters

KP 32

KP 41

KP 118
De wind fluistert geheimen aan de zeilen van de botters, terwijl ze hun weg banen over de glinsterende wateren
KP 32
Bij dit streven was het essentieel om te kunnen beschikken over een originele botter. In het oprichtingsjaar slaagde de stichting erin een restant van de KP32 te verwerven, een botter gebouwd in 1886 te Hasselt met een rijke Kamper geschiedenis. De gebroeders Menno en Themmo Drenth hadden van 1915 tot 1958 met deze botter gevist, en tijdens die periode hadden ze ook reddingsacties uitgevoerd, voedsel vervoerd en mensen overgezet toen de Lange Brug in de oorlog werd opgeblazen. Na 1958 diende het schip nog als plezierjacht tot 1981.


Wat in 1994 overbleef van het roemruchte schip was niet meer dan de helft, maar de kwaliteiten van dit gedeelte waren zo goed dat het de moeite waard leek om de botter te restaureren. Met financiële steun van sponsors, donateurs en de gemeente Kampen, samen met de vakbekwaamheid van de botterwerf Nieuwboer in Spakenburg, slaagde de Stichting tot Behoud van Kamper Botters erin om in mei 1997 de KP32 weer in de vaart te brengen. Tegenwoordig is deze botter een sieraad van de Kamper wateren en een gewaardeerde gast bij botterreünies en -wedstrijden.
Het bestuur van de stichting was zich inmiddels ook bewust dat de Kamper visserij van weleer niet alleen afhankelijk was van botters, maar ook van andere types schepen. Met name punters van verschillende soorten en maten speelden een belangrijke rol. Met subsidies van de gemeenten Kampen en IJsselmuiden, evenals van stichting “Ons Erfgoed”, slaagde men er in 1997 in om twee originele punters in de vaart te brengen. De GT29, een volledig gerestaureerde Grafhorster punter (Huisman punter, gebouwd op zijn werf aan de Ronduute). En de KP3, een nieuwe Kamper punter (replica). Deze is gebouwd volgens de oorspronkelijke maten naar idee en onder de bezielende leiding van Gait L. Berk, voorzitter van het Nationale Punterwezen. Zijn gezegde ‘wie de punter niet eert, is de botter niet weerd’ is een gevleugelde uitspraak.

Bouwjaar
1885
Afmetingen
12,65 X 4,15 X 0,90 M
Gevist tot
1958
Laat je meevoeren door de bries, terwijl de oude botters hun geschiedenis met trots laten zien
KP 41
De Kamper botter KP41 ligt, na jarenlang over de Nederlandse wateren te hebben gevaren, weer in de (Oude) Buitenhaven van Kampen. Kampenaar Jan Diender gebruikte de KP41 tot 1921 als visboot, wat haar terugkeer naar de thuishaven bijzonder maakt. De stichting werd bij de aankoop ondersteund door de SNS-bank. Het is waarschijnlijk dat de geschiedenis van de KP41 op de Kamper Scheepswerf van Schepman begint. De boot is ongeveer 120 jaar oud. Diender heeft tot 1921 met de KP41 gevist, waarna hij de botter verkocht aan Kwakman uit Vollenhove.


Toen Kwakman de KP41 kocht, kreeg de botter het registratieteken VN43, dat correspondeerde met zijn visvergunning. Hij viste met de botter tot 1939, waarna hij deze aan een onbekende visser verkocht. In 1971 kochten de gebroeders Miedema uit Franeker de botter, die toen geen registratienummer meer had, van een particulier uit Hoogkerk bij Groningen. In de afgelopen dertig jaar hebben zij veel restauratiewerkzaamheden aan de boot verricht. Bij het verwijderen van het blik dat op het hout was getimmerd, kwam de registratie VN43 weer tevoorschijn. Daarnaast vonden de Friese broers een grootzeil met de aanduiding KP12. Berry Zandbergen van de Kamper botterclub ontdekte vervolgens de advertentie waarin de VN43 te koop werd aangeboden.
Bouwjaar
1890
Afmetingen
13,10 X 4,15 X 0,80 M
Gevist tot
Laatst bekend 1939
Ervaar de magie van de Zuiderzee, waar oude botters de horizon kussen en de wind je uitnodigt om verder te varen
KP 118
Nog voor de oprichting van de Stichting tot Behoud van Kamper Botters zagen wijlen Henk Bastiaan en Berry Zandbergen in 1994 in Steenwijk de KP118, een schip met een rijke en bijzondere geschiedenis, gebouwd in 1909. De inmiddels gerestaureerde KP118 is sinds november 2006 eigendom van de Botterstichting.


De Fries Broer Blaauwbroek kocht in 1994 de KP118 en restaureerde de botter. Dit schip, dat in 1909 op de werf van Schaap in Huizen werd gebouwd, is met zijn lengte van veertien meter en breedte van vier meter twintig een fors exemplaar. De eerste eigenaar was de Huizer visser Cornelis Kok, die het schip het visserijnummer HZ50 gaf. Kok heeft er tot 1936 mee gevaren, waarna hij het verkocht aan de Urker visser Jacob van Slooten. Dit schip kreeg het visserijnummer UK26 en, zoals gebruikelijk op Urk, ook de naam Neeltje. Op Urk is de Zuiderzeebotter verbouwd tot motorbotter. De schuit werd voorzien van hogere boorden, een doorlopende plecht en een stuurhutje achterop.
Van Slooten is de grootvader van Jelle van Slooten, die in Kampen aan de Theologische Universiteit studeerde en inmiddels dominee is in het Drentse Westerbork. Grootvader Van Slooten verkocht het schip in 1946 aan de Kampenaar Gerrit van Dijk, bijgenaamd “de Keie”. Het schip kreeg het visserijnummer KP118, en Van Dijk heeft er tien jaar mee gevaren en gevist.
Zoals bij alle schepen was het nummer gekoppeld aan de visvergunning. In 1956 kochten de neven Jan Willem Meijberg, bijgenaamd “de Dille”, en Ep Meijberg, ook bekend als “De Keppe”, de botter, die sindsdien het visserijnummer KP26 had. Bij de overdracht van broer Blaauwbroek aan de Kamper Botterstichting waren de weduwe van de Dille en de zoon van Ep Meijberg aanwezig, die, net als zijn vader, de bijnaam “De Keppe” droeg.


De neven Meijberg hebben tot 1961 met de botter gevaren. De inpoldering van het IJsselmeer maakte het vissen moeilijker, waardoor hun inkomsten terugliepen. Ze moesten steeds verder varen om vis te vangen, en de overheid wilde de visserijvloot saneren. Na 1961 kende het schip verschillende eigenaren. Er werd een roef op gebouwd, het registratienummer ging verloren, en tot Broer Blaauwbroek de botter in 1994 kocht, werd deze gebruikt voor de recreatievaart. Blaauwbroek legde het schip naast zijn huis in Giethoorn en begon met de restauratie.
In die tijd werd elk schip aangepast aan de wateren waarin het voer. De Kamper botters waren laag en plat, omdat het water in het oostelijke deel van de Zuiderzee minder diep was. Daarnaast zit men in Nederland met door overwegend zuid(westen) wind aan de Oostwal bijna altijd aan lager wal met dikke golven.
De Stichting startte onderhandelingen met Blaauwbroek en kon het schip uiteindelijk, met steun van de jubilerende Rabobank, aankopen. Voor de stichting was het belangrijk dat het schip ooit eigendom was van verschillende Kampenaren, wat extra motivatie gaf om het voor Kampen te behouden. Op 4 november 2006 vond de feestelijke overdracht plaats.

Bouwjaar
1909
Afmetingen
13,62 X 4,20 X 0,85 M
Gevist tot
1961